De inktpotten van Potterij Rembrandt

Sedert 1844 was in Utrecht de Muurtegeltjesfabriek De Nijverheid van de Gebr. Ravesteijn gevestigd, later bekend als de Faïence- en Tegelfabriek Westraven. In 1906 opent de fabriek een atelier voor modern kunstaardewerk, onder de naam Potterij Rembrandt. De naam van het atelier (Rembrandt) en vestigingsjaar (1906) houden nauw verband met elkaar: 1906 was een zogenoemd Rembrandtjaar, het jaar waarin de 300e geboortedag van Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) feestelijk werd herdacht.

Potterij Rembrandt
Afb. 1. Tableau en aardewerk van Potterij Rembrandt, Museum Het Valkhof, Nijmegen. Foto:Ellywa, onder GNU-licentie

Als gevolg van afzetproblemen wordt al na twee jaar (1908) de productie gestopt. De speciaal voor het atelier aangetrokken pottenbakker, Pieter Cornelis Köhler (1876-1940), vertrekt met zijn atelier naar Nijmegen waar hij met Christoffel Oor en diens zoon Theodorus (plateelschilder) een aardewerkfabriek vestigt. Die fabriek heette aanvankelijk, naar haar eigenaars, Oor & Köhler. In 1912 wordt de zaak omgezet in een Naamloze Vennootschap en de naam gewijzigd in N.V. Potterij Rembrandt.

Gedwongen door financiële omstandigheden wordt de productie kort na het uitbreken van de 1e Wereldoorlog  in 1914 gestopt, gevolgd door liquidatie van de zaak in 1916. Köhler had zich in 1913 al uit de vennootschap teruggetrokken en was weer voor zich zelf begonnen onder de naam: Pottenbakkerij P.C. Köhler. In  1920 nam Köhler het merk Potterij Rembrandt weer in gebruik, maar ook dat duurde niet erg lang. Een nijpend tekort aan kapitaal noopte hem een paar jaar later om de modellen en mallen aan een concurrent te verkopen, maar het recht op de handelsnaam Potterij Rembrandt behield hij nog voor zichzelf. In 1925 verkocht hij ook dat. Louis Enneking, technisch medewerker bij de Plateelbakkerij Zuid-Holland (PZH) in Gouda was de koper. Algemeen wordt aangenomen dat Enneking daarbij in opdracht, en waarschijnlijk ook voor rekening en risico, van de PZH handelde. Vaststaat dat de PZH ook de productie voor Potterij Rembrandt verzorgde. Mogelijk al in 1925, maar in ieder geval in het jaar 1926, wat tevens het laatste productiejaar van Potterij Rembrandt blijkt te zijn (Hageman, 1981). Na 1926 is er niet meer door of voor de Potterij Rembrandt geproduceerd. Enneking is nog decennia lang eigenaar van een onderneming die geen bedrijf meer uitoefende. In 1955 heeft hij het recht op de handelsnaam juridisch overgedragen aan de PZH. Het faillissement van de PZH in 1965, betekende ook het definitieve einde van Potterij Rembrandt.

Logo’s

Afb. 2
Gepenseeld logo uit de Utrechtse periode (Foto Gouda Design)
Afb. 3 Gepenseeld logo uit de Nijmeegse periode
Afb. 3
Gepenseeld logo uit de Nijmeegse periode (Foto: Gouda Design)
Afb. 3 Rondstempel uit de Nijmeegse periode
Afb. 4
Rondstempel uit de Nijmeegse periode (Foto: Gouda Design)
Gepenseeld logo met alleen de letter R
Afb. 5
Gepenseeld logo met alleen de letter R (Foto: Tasman en Visser)
Gepenseeld logo uit de PZH-periode (1926)
Afb. 6
Gepenseeld logo uit de PZH-periode in 1926 (Foto: Inktpot Museum)



In de loop van haar bestaan (1906-1926) zijn een aantal logo’s gevoerd. De logo’s bestaan voornamelijk uit woordmerken, bijvoorbeeld de vermelding Potterij Rembrandt Utrecht Holland (afb. 2; 1906-1908), Potterij Rembrandt Nijmegen Holland (afb. 3; circa 1908 – 1913) en het rondstempel Potterij Rembrandt Holland (afb. 4; vanaf 1912).

Vanaf omstreeks 1912 is in het logo ook een tekening (beeldmerk) verwerkt (niet afgebeeld). Die tekening liet een gezicht met hoofddeksel zien, wat een associatie met Rembrandt moest oproepen. Ook een solo beeldmerk kwam voor (afb. 5). Dat bestond uit een op artistieke wijze getekende letter “R”. Overigens toonde die letter geen enkele gelijkenis met de “R” zoals Rembrandt die zelf in zijn naam schreef.

Later (na 1916) veranderde Köhler het beeldmerk in een Keulse pot met daarin de letter R. Dat beeldmerk werd ook bij de productie door de PZH (1926) gebruikt, maar in het woordmerk (Potterij Rembrandt) werd de plaatsnaam (Gouda) weggelaten.

Afb. 6 Sticker met de woorden Rembrandt Gouda
Afb. 7 Sticker met de tekst ‘Rembrandt Gouda’ (Foto: Gouda Design)

Er wordt verondersteld dat door het weglaten van de plaatsnaam, de PZH wilde voorkomen dat op enigerlei wijze ook maar enig verband tussen Potterij Rembrandt en de Plateelfabriek Zuid-Holland zou kunnen worden gelegd of vermoed. Best mogelijk, maar het doet dan wel vreemd aan dat sommige objecten een goudkleurige sticker dragen met de tekst Rembrandt Gouda, rond een afbeelding die de schilder moet voorstellen (afb. 7).

Productie bij de PZH (1926)

Volgens Hageman (1981) heeft de PZH, op een enkel object na dat het jaarteken voor 1925 draagt, alleen in het jaar 1926 onder de merknaam Potterij Rembrandt geproduceerd. Het betrof mat geglazuurde objecten. Zij zijn ‘genummerd’ van H.O.1 t/m H.O.142. Die genummerde objecten zijn te vinden op een vijftal foto’s waarvan Hageman (1981) concludeert: dat zij een volledige catalogus vormen van de Goudse produktie die de naam ‘Potterij Rembrandt’ draagt.

De modellen waren deels oude modellen van de PZH, deels nieuwe ontwerpen. Samenvoeging van delen van oude PZH-modellen tot één nieuw Rembrandt-model kwam blijkbaar ook voor: Tasman & Visser (2007) maken daarvan melding.

Ook voor de beschildering werd soms teruggegrepen op PZH-decors. Voorwaarde was wel dat die decors niet meer in de eigen PZH-collectie voorkwamen.

Inktpotten en inktstellen

Inktpotten van de Potterij Rembrandt komen slechts in beperkte mate voor en dan nog alleen maar uit de laatste productieperiode, die bij de PZH in 1926. In de door Hageman (1981) gepubliceerde ‘catalogus’ staan vijf inktpotten afgebeeld, modelnummers H.O. 13 t/m H.O. 17. Verder staan op de foto’s, die bij elkaar de catalogus vormen, vier objecten afgebeeld die mogelijk ook als inktpot (H.O. 111) of als inktstel (H.O. 5, 138 en 139) kunnen worden aangemerkt. De betreffende afbeeldingen zijn te minuscuul om daarover een stellige uitspraak te kunnen doen. Daar komt nog bij dat het ook onzeker is of de modelnummers boven de 100 ooit in productie zijn genomen. Het is heel goed denkbaar dat die modellen nooit verder dan de tekentafel zijn gekomen.

In het standaardwerk van Tasman & Visser (2007, p. 410) staat een afbeelding van een Rembrandt inktpot, die volgens het onderschrift modelnummer H.O.19. draagt. In de ‘catalogus’ (Hageman, 1981) is H.O. 19 echter geen inktpot. De afbeelding correspondeert wel met het model H.O. 17.

Op de Collectorsgallery van Stuart & Kim’s Gouda Design website  is een inktpot uit de PZH-periode te vinden, met modelnummer H.O.13. Dat model is ook in de collectie van het Inktpot Museum vertegenwoordigd. Inktpotten met de modelnummers H.O. 14 en H.O. 15 heb ik tot op heden nergens kunnen signaleren.

Op internet staat een enkele keer een Rembrandtpot te koop, maar ook dan altijd eentje uit het (eenjarige) PZH-tijdperk. Toch zijn ook in de Nijmeegse periode inktpotten gemaakt, zoals blijkt uit een gedeeltelijk gepubliceerde prijslijst uit 1914 waarin twee inktpotten staan vermeld, de nummers 10 en 45 (Lemmens, 1986). Nummer 45 staat in de prijslijst vermeld als Dames inktkoker. Omdat slechts circa 1/3 deel van de prijslijst openbaar is gemaakt, mag niet worden uitgesloten dat er zelfs meer dan twee modellen van inktpot tot het assortiment van Potterij Rembrandt Nijmegen hebben behoord. Bij mijn weten is er evenwel nog geen enkele inktpot uit de Nijmeegse periode gesignaleerd, dat  in tegenstelling tot de eveneens in die prijslijst genoemde Pennebak, modelnummer 44, waarvan een afbeelding op internet is gevonden (Pinterest, 2013).

Met de inktstellen is het nog slechter gesteld, dan met de inktpotten. Ik heb ze nergens kunnen ontdekken. Niet uit de Goudse PZH-periode, maar ook niet uit de tijd dat de potterij in Utrecht of Nijmegen was gevestigd. Het is dan ook best mogelijk dat de Potterij Rembrandt nooit inktstellen heeft gemaakt.

Modellen in de eigen collectie

De eigen collectie heeft welgeteld drie Rembrandt inktpotten. Alle uit de laatste productieperiode, die bij PZH dus. Op geen van die inktpotten komt een jaarteken voor. Desondanks zijn ze aan de hand van het artikel van Hageman (1981) in het jaar 1926 te dateren.

SONY DSC
Afb. 8. PZH voor Potterij Rembrandt, model/decor H.O. 13 (Foto: Inktpot Museum)

Model H.O. 13
De inktpot met modelnummer H.O.13 is rond en heeft 8 ribben, die ook in het dekseltje terugkomen. Aan de bovenkant zit een gat waarin een pen of veer kan worden geplaatst, het zogenoemde pennengat. Het potje heeft een diameter van 8,3 cm. en is met dekseltje 6,5 cm hoog. Eenzelfde inktpot is op internet te vinden4. 

PZH model 223 decor Bornu
Afb. 9. PZH model 223 decor Bornu (Foto: Inktpot Museum)

 

Het model toont sterke gelijkenis met een inktpot van de Plateelbakkerij Zuid-Holland (PZH), modelnummer 223: dezelfde ribben, gelijke omvang, zelfde pennengat en ook de binnenpotjes zijn onderling uitwisselbaar. Toch zijn er ook wat verschillen. Zo heeft het Rembrandt exemplaar een teruggevallen bovenrand en een dekseltje dat lager, maar ook forser is dan die van het PZH-model.

Model H.O. 16
Afb. 10. PZH voor Potterij Rembrandt, model/decor H.O. 16 (Foto: Inktpot Museum)

Model H.O. 16

Inktpot volgens klassiek model met een diameter van 15 cm. en een hoogte van 10 cm. Het decor is abstract. De glazuur is eerder halfmat dan mat.

 

 

 

PZH voor Pottery Rembrandt, model/decor H.O. 17
Afb. 11. PZH voor Potterij Rembrandt, model/decor H.O. 17 (Foto: Inktpot Museum)

Model H.O. 17
De schotel waarop deze inktpot staat is niet hol, zoals gebruikelijk bij een schotel, maar bol. Niet erg praktisch, lijkt mij, maar wel apart. Veel van de inktpotten waren dan ook niet bestemd om echt te worden gebruikt. Ze dienden als statussymbool of waren er slechts voor de sier. Voor het schrijven gebruikte men dan een gewoon flesje inkt.
Het decor van deze inktpot is abstract met deels geometrische vormen. De glazuur is mat. Evenals bij het hiervoor besproken model H.O. 13 is ook bij deze inktpot sprake van een heruitgave van een oud PZH-model, te weten hun model 359. Die inktpot zit niet in de eigen collectie. Ik heb dan ook niet kunnen nagaan of er al dan niet modificaties op het oude model zijn aangebracht.

Opvallend is dat de Rembrandt inktpotten in de collectie, uit het buitenland (USA en VK) zijn geïmporteerd. Mag daaruit de conclusie worden getrokken dat de Rembrandt-serie  uit 1926 vooral voor de exportmarkt is geproduceerd? Het heeft er alle schijn van.

© 2015, Inktpot Museum

Bronnen

Capriolus. Rembrandt, Potterij. Geraadpleegd op 18 augustus 2015. Website.

Gouda Design. Rembrandt Pottery. Geraadpleegd op 18 augustus 2015. Website.

Hageman, R. (1981). De potterij ‘Rembrandt’ en de plateelbakkerij ‘Zuid-Holland’ te Gouda. Antiek, 16e jaargang no. 4, november 1981 231-238.

Lemmens, G.Th.M. (1986). Een prijscourant van Potterij “Rembrandt” Nijmegen uit 1914. Numaga, vol 33 (1986), nr 1, pag 22.

Pinterest (2013). Deja Vu Antiques and Collectables. Geraadpleegd op 28 augustus 2015. Website.

Tasman, Ron en Visser, Friggo (2007). The Gouda Pottery Book. Rotterdam: Optima Publishers.