De inktpotten van Plateelbakkerij De Rozeboom

 

Iseger, de oprichter

Leendert Anthonie Iseger (1867-1921) deed zijn kennis en ervaring op bij diverse plateelbakkerijen: Rozenburg in Den Haag, Brantjes en Haga in Purmerend en in Gouda bij de PZH (Plazuid) en Ivora. Hij was daar in diverse functies werkzaam, wat hem tot een allround pottenbakker maakte. Uit zijn tijd bij Rozenburg en Plazuid kende Iseger de befaamde industrieel ontwerper en plateelschilder Theo(dorus A.C.) Colenbrander (1841-1930), wiens werk hij hogelijk waardeerde. Nadat Colenbrander omstreeks 1915 Plazuid met ruzie verliet, vormde zich rondom hem een groep bewonderaars, waaronder Iseger. De groep streefde naar de oprichting van een nieuwe fabriek, die zich exclusief met de uitvoering van Colenbrander’s ontwerpen zou bezighouden.

In 1919 nam (of kreeg) Iseger ontslag bij Ivora en vestigde hij zich als zelfstandig ondernemer in de pottenbakkersbranche. Tezamen met een financier richtte hij toen de N.V. Plateelbakkerij “De Rozeboom” op. Mogelijk vanwege de affiniteit met Colenbrander werd de onderneming in Loosduinen, gemeente Den Haag, gevestigd. Het jaar daarop al, eind 1920, sloot Iseger zijn bedrijf. De mallen (gietvormen) van De Rozeboom werden verkocht aan de juist in dat jaar gestarte Plateelbakkerij Schoonhoven, gevestigd in de gelijknamige plaats. Schoonhoven ligt op zo’n kleine 20 km afstand van Gouda, het toenmalige centrum van keramische activiteiten in Nederland.

Betrekkelijk kort na de liquidatie van De Rozeboom eind 1920 kreeg de groep rond Colenbrander in april 1921, onder het sterrenbeeld Ram, vergunning van de gemeente Arnhem om aldaar een fabriek te openen. Op voorstel van Colenbrander werd de naam Plateelbakkerij RAM. Na een aantal jaren kon Colenbrander zich niet meer vinden in het beleid van RAM en verbrak hij alle banden met zijn geesteskind. De economische recessie van de jaren ’30 kreeg ook vat op RAM, wat in 1935 tot haar faillissement leidde. En Iseger? Hij werd bij de oprichting in 1921 (mede-)directeur van RAM. Helaas maar voor heel korte tijd, want hij overleed op 6 april van datzelfde jaar, 54 jaar oud. Opkomst en ondergang van Plateelbakkerij Ram (1921-1935) heeft Iseger dan ook niet mogen meemaken.

Assortiment De Rozeboom

In de korte tijd van haar bestaan ontwierp Iseger voor De Rozeboom ongeveer veertig verschillende modellen. Zijn decors waren in de stijl van Rozenburg en Gouda. Het assortiment bestond hoofdzakelijk uit vazen, maar ook enkele asbakken, bonbonnières, potten en kannen, dienbladen, een pennenbakje én … twee inktpotten.

De modellen zijn door De Rozeboom genummerd van 101 t/m 140. Die nummering is door Plateelbakkerij Schoonhoven, de opkoper van de gietvormen, overgenomen. Het is dus mogelijk dat hetzelfde model(nummer) zowel in een uitvoering van De Rozeboom als van Schoonhoven voorkomt.

De voor De Rozeboom ontworpen twee inktpotten zijn de modelnummers 108 en 115. Het ene model is rond, de ander achthoekig.

Inktpot model 108

Model 108 van De Rozeboom, uitgevoerd door Plateelbakkerij Schoonhoven in decor Donau, circa 1924
Afb. 1. Model 108 van De Rozeboom, uitgevoerd door Plateelbakkerij Schoonhoven in decor Donau, circa 1924. Collectie Inktpot Museum.

Model 108 is in de basis rond, met een diameter van 11,5 cm en een hoogte van 6,5 cm. In de rand van de schotel heeft het twee, tegenover elkaar liggende uitsparingen die als pennenlegger fungeren. In feite is het dus meer een inktstel dan een inktpot

Het is niet bekend of dit model ook door De Rozeboom zelf is geproduceerd. Plateelbakkerij Schoonhoven, die de mallen van De Rozeboom in 1921 heeft overgenomen, heeft dit model in ieder geval wel gemaakt. In hun uitvoering komt de inktpot met een aantal verschillende beschilderingen voor, zoals de Gouda decors Gijza (ook wel geschreven als Cijza) en Donau en het abstracte decor Ina.

Afb. 2. Gepenseelde fabrieksgegevens onderop de inktpot van afb. 1
Afb. 2. Gepenseelde fabrieksgegevens onder op de inktpot van afb. 1.

Het afgebeelde exemplaar (afb. 1) heeft het decor Donau, een mat geglazuurde florale beschildering. Dat decor is in de jaren 1924-1930 door de Plateelbakkerij Schoonhoven ook op andere objecten dan de inktpot toegepast. Aanvankelijk werd de florale voorstelling tegen een zwarte achtergrond geschilderd. In latere jaren werden andere achtergrondkleuren gebruikt, afhankelijk van de vraag van de markt. De achtergrond van de afgebeelde inktpot is zwart, wat op een vroeg exemplaar wijst. Met het initiaal E, onder op de afgebeelde inktpot, tekende J. Edeling voor het decoratieschilderwerk. Edeling was vanaf 1923 (mogelijk zelfs eerder) tot 1951 bij de Plateelbakkerij Schoonhoven werkzaam.

Inktpot model 115

Model 115, decor G(ouda).D(écor), ontwerp en uitvoering De Rozeboom, Den Haag, 1919-1920
Afb. 3. Model 115, Gouda Decor, ontwerp en uitvoering De Rozeboom, Den Haag, 1919-1920. Collectie Inktpot Museum.

De inktpot met modelnummer 115 heeft de vorm van een achthoek met ongelijke zijden, op basis van een vierkant van 7,5 cm per zijde. De hoogte inclusief deksel is 9,5 cm. Onder het deksel bevindt zich een los binnenpotje van geglazuurd aardewerk. In vergelijking tot soortgelijke inktpotten van Gouds plateel, is de scherf van dit potje bijzonder dun te noemen. Niet dat het het eierschaalporselein van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg evenaart, maar het komt er wel aardig bij in de buurt.

Het decor van de afgebeelde inktpot is een op het oog typisch Gouda decor – een gestileerd floraal motief in art-nouveaustijl – afgewerkt met een hoogglans glazuur. De kleuren die De Rozeboom gebruikte zijn echter helderder dan die bijvoorbeeld Plazuid, Regina of Ivora voor hun producten gebruikten. Door die ietwat andere kleurentinten, en mogelijk ook door een ander glazuurproces, komt de tekening van het decor beter tot zijn recht en oogt de voorstelling frisser.

Afb. 4. Fabrieksmerk model 115
Afb. 4. Fabrieksgegevens onder op de inktpot van afb. 3.

De inktpot is onder op gemerkt met het fabrieksstempel van De Rozeboom – Den Haag (in cirkelvorm), waarbinnen met penseel het modelnummer (115) en de initialen van het decortype (G.D.) zijn vermeld.  De letters G.D. staan voor: Gouda Decor.

 

 

Bronnen

Jonge, Leendert de (2003). Plateelbakkerij Schoonhoven anno 1920. Zwolle: Uitgeverij Waanders, Assen: Drents Museum.

Tasman, Ron en Visser, Friggo (2007). The Gouda Pottery Book. Rotterdam: Optima Publishers.

Walraven, Barbara (2015). Plateelbakkerij Ivora. Vormen uit vuur, 2015/1, 84-85.

Alle afbeeldingen © 2016, Inktpot Museum.

© 2016, Inktpotboek. Alle rechten voorbehouden.
Gebruik van teksten en afbeeldingen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden.

3 thoughts on “De inktpotten van Plateelbakkerij De Rozeboom”

  1. Wij zijn eveneens inktpot verzamelaars en hebben met genoegen dit verhaal gelezen. Achtergrondinformatie over inktpotten is helaas zeldzaam, dus graag meer informatie in deze vorm.

  2. leuk artikel om te lezen, echter een paar kleine dingetjes.
    – Colenbrander vertrok bij de Zuid-Holland in 1913
    – De modellen van de Rozeboom lopen zeker tot 164

    1. Hallo Dennis,
      Bedankt voor uw reactie. Het gebeurt maar zelden dat er iemand reageert, de spam buiten beschouwing gelaten.
      Uw opmerking over het aantal modellen van de Rozenboom is belangwekkend. Dat zijn er zo-ie-zo al 24 meer dan waar ik weet van heb en misschien zit daar ook nog wel een inktpot/inktstel tussen. Hebt u misschien een bron voor mij, zodat ik e.e.a. kan nagaan?
      Wat betreft Colenbrander, de door mij geraadpleegde bronnen lopen uiteen voor wat betreft het jaar van vertrek bij de PZH. Daarom heb ik het jaartal ook aangemerkt als ‘ongeveer’.
      Als ik weer terug ben van vakantie, zal ik mijn papieren archief hierop nog eens naslaan. Als dat aanleiding geeft tot aanvullende vragen/opmerkingen, dan zal ik u dat graag laten weten.
      Met vriendelijke groet,
      Fred van der Reek

Reacties zijn gesloten.